proefexamen BHV Eerste Hulp

Het proefexamen BHV Eerste Hulp bestaat uit 27 meerkeuzevragen, voor elke vraag is er maar één antwoord correct. Elk goed antwoord levert u 1 punt op, aan dit BHV oefenexamen mag maximaal 45 minuten besteed worden.

Succes!

Bekijk alle andere BHV proefexamens


1. Wat is de juiste wijze van handelen bij een ernstigste verwonding waarmee het slachtoffer naar een arts moet voor verdere behandeling?
2. Een slachtoffer van verslikking begint te hoesten.

Wat moet een bedrijfshulpverlener als eerste doen?
3. Een bedrijfshulpverlener constateert een open botbreuk bij een slachtoffer.

Wat moet hij als eerste doen?
4. Een bedrijfshulpverlener treft een collega aan met een loszittend vuiltje in het oog. Hij kijkt en ziet het vuiltje zitten.

Wat kan hij het beste doen?
5. Wanneer voert een bedrijfshulpverlener een kinlift uit?
6. Wat is een kenmerk van een gesloten botbreuk?
7. Welke van onderstaande beweringen over beademingen is juist?

Een beademing moet
8. Welke van onderstaande handelingen moet een bedrijfshulpverlener als eerste uitvoeren wanneer een slachtoffer reageert op aanspreken?
9. Een bedrijfshulpverlener komt bij een college met diabetes mellitus (suikerziekte) die aangeeft een hypo te hebben.

Wat voor hulp kan de bedrijfshulpverlener geven?
10. Wat is de juiste wijze van handelen bij een slachtoffer met een afgerukte/afgeknelde vingertop?
11. Een bedrijfshulpverlener komt bij een slachtoffer dat niet reageert op aanspreken en schudden.

Wat is in de Eerste Hulp-benadering de eerstvolgende handeling?
12. Wat moet een bedrijfshulpverlener doen als blijkt dat de eerste beademing geen effect heeft?
13. Wat moet een bedrijfshulpverlener als eerste doen als hij vermoedt dat hij te maken heeft met een slachtoffer met shockverschijnselen?
14. Een bedrijfshulpverlener heeft geconstateerd dat een slachtoffer geen normale ademhaling heeft. Er staat een aantal mensen om hem heen.

Wat moet hij als eerste doen?
15. Hoe moet een bedrijfshulpverlener lichte verwondingen verzorgen?
16. Welke van onderstaande verschijnselen is kenmerkend voor een kneuzing?
17. Een bedrijfshulpverlener moet als hij een slachtoffer aantreft, werken volgende de algemene hulpverleningsregels.

Wat heeft daarbij altijd voorrang?
18. Een collega is van de trap gevallen. Hij klaagt over pijn in zijn nek en kan zijn hoofd niet bewegen. Waar moet in dit geval rekening mee worden gehouden?
19. In welke positie moet een slachtoffer dat niet reageert maar wel normaal ademt, worden gebracht?
20. Een slachtoffer is tegen een muur aangevallen. Hij klaagt over pijn in zijn arm. Hij kan zijn arm wel gebruiken, maar de arm wordt dik en blauw.

Wat is er waarschijnlijk aan de hand?
21. Hoe kan een infectie van een schaafwond worden voorkomen?
22. Een bedrijfshulpverlener treft een slachtoffer aan met een beklemmende pijn op de borst met uitstraling in de linkerarm. Het slachtoffer transpireert en is misselijk.

Wat is er met dit slachtoffer aan de hand?
23. Hoe ziet de huid eruit bij een tweedegraads verbranding?

De huid is:
24. Waarom heeft het de voorkeur om een slachtoffer te laten liggen op de plek waar hij is aangetroffen?

Verplaatsen van een slachtoffer:
25. Bij een incident is een slachtoffer betrokken dat geen normale ademhaling heeft.

Hoe moet dit incident worden gemeld?
26. In welke positie kan een slachtoffer met een verbranding in het gezicht het beste worden vervoerd?
27. Waartoe dient de Heimlichmanoeuvre?